Hieronder zie je een lijstje met dingen die kunnen gebeuren op een dag. Geef aan of jij deze dingen vandaag hebt meegemaakt. Als iets niet is voorgekomen, vul dan een 0 in. Is iets wel voorgekomen, geef dan aan hoe belangrijk het voor je was.

  • Gebruik hierbij de volgende antwoordmogelijkheden:
  • 0 = het is niet voorgekomen
  • 1 = was niet belangrijk [voor me?]
  • 2 = een beetje belangrijk
  • 3 = belangrijk
  • 4 = heel belangrijk

    1. Had een hele leuke tijd met vrienden, familie of kennissen.
    2. Heb een interessante klus afgerond (vb. op school, werk, thuis).
    3. Heb niet zo goed gewerkt (vb. op school, werk, thuis).
    4. Heb, waar anderen bij waren, iets gezegd of gedaan waarvoor ik me schaam.
    5. Voelde me buitengesloten door vrienden, familie of collega's.
    6. Heb dingen niet af kunnen maken (vb. op school, werk, thuis).
    7. Ben op stap geweest met vrienden, partner of familie.
    8. Had een hele leuke tijd met mijn partner.
    9. Heb een ruzie (met goede vriend, collega, partner of familielid) niet kunnen oplossen.
    10. Iemand zei dat ik dingen (op het werk, op school of thuis) niet goed doe.
    11. Iemand bedankte me omdat ik iets bijzonders voor hem/haar gedaan heb.
    12. Heb nieuwe mensen ontmoet die aardig tegen mij deden.
    13. Heb veel dingen af kunnen maken (vb. werk, huishouden, huiswerk).
    14. Had ruzie met iemand.
    15. Iemand zei dat ik dingen (vb. op het werk, op school of thuis) goed doe.
    16. Ben uit eten geweest met een vriend, mijn partner of met familie.
    17. Heb aan iets gewerkt wat ik moeilijk vond (op school, werk, thuis).
    18. Heb goed gewerkt (op school, werk, thuis).
    19. Had een afspraak met een leuk persoon maar die ging niet door.
    20. Heb nieuwe mensen ontmoet die niet aardig tegen me deden.
    21. Heb een ruzie met een goede vriend, collega, familielid of mijn partner uitgepraat.
    22. Iemand op mijn werk zei of deed iets vervelends tegen mij vanwege mijn etnische achtergrond.
    23. In het openbaar (vb. winkel, straat) zei of deed iemand iets vervelends tegen mij vanwege mijn etnische achtergrond.
    24. Iemand zei of deed echt aardig tegen me vanwege mijn etnische achtergrond.
    25. Had andere positieve ervaringen met vrienden, familie, partner, of collega.
    26. Had andere negatieve ervaringen met vrienden, familie, partner, of collega.
    27. Heb andere goede prestaties geleverd (niet hier vermeld), vb. op school, werk, of ergens anders.
    28. Heb andere slechte prestaties geleverd (niet hier vermeld), vb. op school, werk, of ergens anders.


    Links
    Netherlands Site homepage
    Dutch Version, Interaction Diary Form
    Dutch Version, Daily Form
    Newcomer Study Homepage